In quarantaine
29 november 2020

Ze heeft iets te zeggen

Ze komt met stevige tred de rechtszaal binnenlopen en gaat vlak naast me zitten. Strak in de make-up, haren stevig naar achteren gebonden, een vastberaden blik. Ze is amper vijftien jaar, maar in haar gezicht staat een berg aan levenservaring gegroefd. Vóór haar een papiertje vol woorden. Zorgvuldig gekozen, uit het jonge hart gegrepen. Ze trekt de microfoon naar zich toe en kucht. Ze heeft iets te zeggen.

Tot dit moment luisterde ze urenlang op de publieke tribune van de rechtbank naar de moeder en zoon die haar verhuurden als prostituee, toen ze nog maar 14 jaar oud was. Twee mensen die ze vertrouwde op een moeilijk moment in haar toch al zo ingewikkelde leven, die haar naaktfoto’s weet zij veel waar hebben opgeslagen. Foto’s die op sekssites werden gezet en misschien wel door de hele wereld zijn gezien.

Urenlang luisterde ze hoe ze draaiden, konkelden, expliciete berichten over de veel oudere mannen die ze moest ‘bedienen’ met leugens probeerden recht te praten. Prijsbesprekingen via de app? Nee, dat ging over een dj-set die via Marktplaats was gekocht. Gedwongen om sekswerk te doen? Nee, ze wilde het zelf om geld te verdienen.

Te grabbel 

Haar eer, haar onschuld, haar kans op een zorgeloze puberteit; het lag hier in de rechtszaal zomaar opeens allemaal te grabbel. En iedereen kon het horen. Haar moeder, haar familie, vrienden, kennissen. Maar hoe vernederend en pijnlijk ook: ze heeft iets te zeggen. Nu. En niemand houdt haar vandaag tegen.

‘Je hebt me misbruikt voor geld’, klinkt ze krachtig en vlijmscherp, terwijl ze vol vuur kijkt naar de vermeende dader vlak voor haar. ‘Mijn vader was net dood, daar heb je misbruik van gemaakt. Ik was als een speeltje voor je.’ De aanwezigen in de rechtszaal houden hun adem in.

‘Kleine meisjes misbruiken voor geld’

‘Maar ik zie nu dat je slachtoffer bent van je eigen moeder en dat vind ik ergens zielig voor je. Kleine meisjes misbruiken voor geld, ik heb er geen woorden voor. Ik verdiende dit niet, niemand verdient dit.’ Na een paar tranen richt ze haar pijlen op de moeder: ‘Jij hebt hem verpest, je hebt gefaald in het moederschap. Hoe kun je zoiets doen, terwijl je zelf een vrouw en moeder bent? Jullie hebben me laten zien hoe slecht mensen kunnen zijn. Ik kan niemand meer vertrouwen, maar ik vertrouw er wel op dat ik nog een toekomst heb.’

Ze spuugt haar woorden uit als een mitrailleur. Klap op klap op klap. De verdachte voor haar, schudt af en toe met zijn hoofd. En opeens is het klaar; de woorden op het papiertje zijn op. En terwijl ze terugloopt naar haar plek en applaus krijgt van de publieke tribune, gebeurt het. Haar eer, haar onschuld, haar zorgeloze puberteit die daar te grabbel lagen; ze raapt ze op, stopt ze in haar jaszak en neemt ze weer mee. Daar heeft niemand meer iets mee te maken.

Debora Boomsma